3 pijlers

Gezondheidszorgberoepen in evolutie

Naar een geïntegreerde gezondheidszorg

Dames en heren,

 

Als maatschappij proberen we onze gezondheidszorg aan te passen aan demografische en andere ontwikkelingen, met de bedoeling om de patiënten de best mogelijke kwaliteit van zorg aan te kunnen bieden tegen de laagst mogelijke prijs, ongeacht waar en wanneer ze aankloppen bij een zorgverstrekker.

Om van een kwalitatieve gezondheidszorg te kunnen spreken, moeten er drie basisvoorwaarden ingevuld worden:

  1. Er moeten voldoende garanties bestaan dat de zorgverleners op het terrein competent zijn;
  2. Gezonheidszorg moet op een multidisciplinaire, geïntegreerde manier georganiseerd worden rond de patiënt; en
  3. De patiënt staat in de gezondheidszorg centraal: kwaliteitsvolle zorg is zorg op maat van de patiënt én met de patiënt. De patiënt is met andere woorden geen lijdend voorwerp, maar speelt een actieve rol in zijn of haar eigen zorgverhaal.

 

Om deze drie basisvoorwaarden voor een kwaliteitsvolle gezondheidszorg te garanderen, willen we het KB 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen grondig herdenken.

 

1. Er zullen duidelijke beroeps- en competentieprofielen opgesteld worden die per beroepsgroep een dynamische, open en positieve omschrijving creëren van de uitoefening. Deze dynamische kijk op de uitoefening van het beroep vraagt een nieuwe profielomschrijving, een omschrijving die de verschillende aspecten van het gezondheidszorgberoep belicht en de rijkheid en de veelzijdigheid ervan in kaart brengt.

Om een gezondheidszorgberoep te mogen uitoefenen, moet iemand nog altijd bevoegd zijn – met andere woorden over het juiste diploma beschikken – maar hij of zij moet ook bekwaam zijn en die bekwaamheid kunnen aantonen. Hiertoe zal het ‘visum’ voor de uitoefening van het gezondheidszorgberoep, een bredere invulling krijgen. Het zal een effectieve licentie worden om te mogen praktiseren, of nog een professionele identiteitskaart van de zorgverlener. Bovendien wordt er een uitgebreider controlemechanisme gecreëerd. Dat moet ons in staat stellen om na te gaan of zorgverleners hun competenties niet overschrijden, of ze patiënten tijdig doorverwijzen en of ze hun verantwoordelijkheid nemen om competent te blijven – bijvoorbeeld door zich bij te scholen. Het controlemechanisme zal maatregelen kunnen nemen m.b.t. dit visum, wanneer blijkt dat de zorgverlener zijn competenties overschrijdt en daardoor geen kwaliteitsvolle gezondheidszorg verstrekt aan de patiënt.

 

2. Het oude model van een gezondheidszorg dat sterk hiërarchisch gestructuurd is en waarin geïntegreerde gezondheidszorg afwezig is, is achterhaald. Efficiënt samenwerken bij de zorg voor een patiënt leidt tot meer kwaliteit én werkt kostenbesparend. Bij de herdenking van het wettelijk kader voor de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen zullen we daarom volop inzetten op inter- en multidisciplinariteit. Alle zorgprofessionals hebben hun eigen expertise en zijn op hun manier onmisbare schakels in de zorg voor de patiënt. Ze moeten met elkaar samenwerken rond die patiënt, als een gestroomlijnd multidisciplinair team. Een zekere vorm van functionele hiërarchie blijft nodig voor een duidelijke organisatie van de zorg, maar dit mag de dialoog tussen de verschillende zorgverleners niet in de weg staan.

Bovendien voorziet het Regeerakkoord dat er wetgeving ontwikkeld zal worden zodat dezelfde kwaliteitsnormen gelden binnen en buiten de ziekenhuizen ten einde de kwaliteit van de gezondheidszorg in samenwerkingen te garanderen.

 

3. Via de patiëntenrechtenwet van 22 augustus 2002 hebben de patiënten een blijvende centrale plaats gekregen in onze gezondheidszorg. De gezondheidszorg dient evenwel zo georganiseerd te worden dat de centrale positie en de autonomie van de patiënt bevestigd en versterkt wordt en de zorg voor de patiënt in alle dimensies toegankelijk blijft – betaalbaar, zorg zo dicht mogelijk bij huis of zelfs thuis.

Elke zorgverlener draagt een grote verantwoordelijkheid om de patiënt te motiveren en te ondersteunen om piloot te worden van zijn gezondheidszorg. Of nog, om de ‘health literacy’ van de patiënt te verhogen. Hiermee wordt bedoeld dat de zorgverleners door het geven van juiste informatie en het individueel begeleiden van de patiënt de vaardigheden van de patiënt om zelf zijn gezondheid en de zorg ervoor in handen te nemen, moeten aanscherpen. Door de patiënt te begeleiden bij zelfzorg en zelfmanagement – al dan niet ondersteund door nieuwe toepassingen op het vlak van telegeneeskunde en telemonitoring – helpt men binnen de gezondheidszorg de patiënten hun autonomie te claimen.

Bovendien willen we evolueren naar een zorgconcept waarbij het patiëntendossier beheerd wordt volgens een piloot-co-piloot concept: de patiënt stuurt, zorgverleners zijn copiloot en stippelen mee de koers uit, en de referentiehuisarts bewaakt de coherentie en de continuïteit van dit alles.

 

De komende jaren willen we via de grondige herziening van het wettelijk kader betreffende de uitoefening van de gezondheidszorg de kwaliteit van onze gezondheidszorg verankeren voor de toekomst. Competente zorgverleners, een gestroomlijnd multidisciplinair zorgaanbod en zorg op maat van de patiënt, mét de patiënt: dat zijn de fundamenten van een duurzame en kwaliteitsvolle gezondheidszorg.

 

Maggie De Block

Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

 

CONTACTEER ONS

Finance Tower

Kruidtuinlaan 50/175

B-1000 Brussel

© Kabinet Maggie De Block 2016

Laatste wijziging: 26/09/2016