Algemeen

Gezondheidszorgberoepen in evolutie

Naar een geïntegreerde gezondheidszorg

Evolutie in de gezondheidszorg

 

De regelgeving van de Belgische gezondheidszorg is de afgelopen 50 jaar sterk geëvolueerd. Het KB nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen kan daarbij beschouwd worden als het “officiële” startpunt, samen met de wet op de verplichte ziekteverzekering van 1963.

De eerste fase eindigde in de late jaren ’90. Het KB nr. 78 was terloops bijna ontelbare keren gewijzigd om aan te sluiten bij de kleine evoluties in de gezondheidszorg. Door deze wijzigingen werden steeds meer mensen betrokken bij het gezondheidszorgproces en evolueerden de bevoegdheden van de reeds bestaande gezondheidszorgberoepen (beperkt) mee.

 

Het begin van de tweede fase ging gepaard met het groeiende besef dat binnen de gezondheidszorg het niet enkel voldoende is dat men regelt wie wat mag doen, maar ook dat de patiënt vanuit zijn patiëntenautonomie en recht op privéleven (art. 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens) een duidelijke plaats krijgt binnen deze gezondheidszorg. Daarom kwamen in 2002 de wet van 28 mei betreffende de euthanasie, de wet van 14 juni betreffende de palliatieve zorg en de wet van 22 augustus betreffende de rechten van de patiënt tot stand.

Deze evolutie naar meer patiëntenautonomie bleek geen eindpunt, maar de aanzet van een nieuwe fase binnen de gezondheidszorg. Meer en meer specifieke medische akten werden omringd met juridische regels, met een belangrijke sturing vanuit Europese wetgeving. Het gaat daarbij onder meer over verstrekkingen met betrekking tot bloed en bloedderivaten, organen, menselijk lichaamsmateriaal en de medisch begeleide voortplanting.

 

Waarom een hervorming?

 

Aangezien, wat het KB nr. 78 betreft men steeds heeft verder gebouwd op de hiërarchische structuur van de organisatie van de gezondheidszorgberoepen van 1967, wordt het haast onmogelijk om de regels van 1967 te combineren met gedachten zoals patiëntenautonomie, patiëntenrechten en een geïntegreerd zorgmodel. De strikt hiërarchische structuur laat weinig of geen ruimte voor nieuwe gezondheidszorgberoepen (incl. mantelzorgers) en technieken.

 

Een hervorming dringt zich op: er is immers nood aan juridische transparantie, en gezondheidszorgbeoefenaars zelf wensen zich volgens een collaboratief en interdisciplinair model te organiseren om zorgen te verstrekken volgens de meest recente op evidentie gebaseerde modellen.

 

Derde fase - kwaliteitsvolle gezondheidszorg

 

Een derde fase binnen de gezondheidszorg biedt zich nu aan. Daarin staat patiëntgerichte kwaliteitsvolle gezondheidszorg centraal. Men stelde immers vast dat door de patiënt meer autonomie te geven, het recht op kwaliteitsvolle gezondheidszorg nog niet in de feiten afdwingbaar is. Patiëntenautonomie vormt slechts een belangrijke opstap. Elke patiënt heeft er baat bij dat de zorgverlening die hij ontvangt effectief van een voldoende kwaliteitsvol niveau is en bovendien dat de beroepsbeoefenaar die deze zorgverlening aanbiedt, voldoende bekwaam en opgeleid is om deze handelingen te stellen. Kwaliteit van de gezondheidszorg is bijgevolg een conditio sine qua non.

De hier voorgestelde concepten zullen daarom in het bijzonder ingaan op waarborgen voor kwaliteit van de gezondheidszorg.

 

Maatschappelijke evoluties

 

Bij de hervorming kan men zeker niet voorbij gaan aan een aantal demografische, epidemiologische en maatschappelijke evoluties die een impact hebben op het zorglandschap en de behoefte aan gezondheidsberoepsbeoefenaars. Men moet onder andere rekening houden met de vergrijzing, de toenemende chroniciteit van aandoeningen en multimorbiditeit. Deze evoluties nopen tot nieuwe organisatie- en zorgmodellen voor het gezondheidszorgverstrekkingen, in het bijzonder inter- en multidisciplinaire samenwerking en zorgcontinuïteit. Hierbij is er nood zowel aan (technologische) superspecialisatie, als aan een brede transversale ontwikkeling van gezondheidszorgbeoefenaars, zowel op medisch vlak als in de verpleegkundige en paramedische zorg.

 

Er is nood aan een ‘equal level playing field’ voor wat de kwaliteits- en veiligheidsvoorwaarden betreft die de gezondheidszorgbeoefenaars moeten naleven. Deze voorwaarden gelden ongeacht de setting waarbinnen de gezondheidszorgbeoefenaar werkzaam is. Ze zijn ze onder andere van toepassing op de individueel of in een groepspraktijk werkende gezondheidszorgbeoefenaar, de gezondheidszorgbeoefenaar werkzaam in een ziekenhuis of een andere erkende zorginstelling, maar evenzeer op de gezondheidszorgbeoefenaar werkzaam in zogenaamde 'private' klinieken die aan grote opmars bezig zijn en waar ook (complexe) zorg wordt verstrekt.

 

Daarnaast is een belangrijke bezorgdheid de permanentie voor de bevolking, en de continuïteit van de zorg voor individuele patiënten. Ten slotte moet er ook een kader gemaakt worden waarin gegevensuitwisseling en zorg mee bevorderd kunnen worden gebruikmakend van de nieuwe communicatiemiddelen en de digitale technologische revolutie; een kader dat mee articuleert met het uitgestippelde beleid inzake e-Health.

 

CONTACTEER ONS

Finance Tower

Kruidtuinlaan 50/175

B-1000 Brussel

© Kabinet Maggie De Block 2016

Laatste wijziging: 26/09/2016