Patiëntendossier

Gezondheidszorgberoepen in evolutie

Naar een geïntegreerde gezondheidszorg

Elektronisch patiëntendossier

 

Ten einde de uitwisseling van noodzakelijke gezondheidsgegevens van patiënten mogelijk te maken, wordt het een conditio sine qua non dat het patiëntendossier op een elektronische wijze wordt bijgehouden.

Artikel 9, § 1 van de Wet Patiëntenrechten zal daartoe worden aangepast: “De patiënt heeft ten opzichte van de beroepsbeoefenaar recht op een zorgvuldig bijgehouden en veilig bewaard elektronisch patiëntendossier.”

 

Het elektronisch bijhouden van het patiëntendossier zal ook leiden tot een vlottere toegang van de patiënt tot zijn dossier. De patiënt zal daarom zonder enige inmenging van de beroepsbeoefenaar via een login zijn patiëntendossier kunnen inkijken, of nog het patiëntendossier zelf kunnen beheren. Dit wordt hierna het rechtstreeks inzagerecht van de patiënt genoemd.

 

Zorgvuldig bijhouden

 

Omwille van dit uitgebreid rechtstreeks inzagerecht van de patiënt, is het van groot belang dat de gezondheidszorgbeoefenaar voldoende aandacht besteedt aan het zorgvuldig bijhouden van het patiëntendossier. Bij het opstellen van het patiëntendossier dient de beroepsbeoefenaar er rekening mee te houden dat het dossier rechtstreeks ingekeken kan worden door de patiënt. Subjectieve overwegingen met betrekking tot de patiënt die niets te maken hebben met de anamnese of de behandeling dienen achterwege gelaten te worden, alsook vermeldingen die betrekking hebben op derden en verkregen werden buiten de anamnese van de patiënt.

 

Inzage en afschrift

 

De paragrafen 2, 3 en 4 van het artikel 9 van de wet patiëntenrechten bevatten regels over het recht op inzage en afschrift van het patiëntendossier.

 

Aangezien de patiënt, als beheerder, rechtstreeks toegang krijgt tot zijn patiëntendossier, dienen de regels i.v.m. recht op inzage en recht op afschrift aangepast te worden.

 

Ondanks dat de inzage zonder verzoek mogelijk wordt, blijven de regels m.b.t. de therapeutische exceptie evenwel onverkort van toepassing. Dit impliceert dat indien een therapeutische exceptie werd ingeroepen, de patiënt de desbetreffende gezondheidsgegevens niet zal kunnen zien. Hij zal wel kunnen zien dat de gegevens er zijn, doch geen kennis kunnen nemen van de inhoud ervan. Indien hij hier kennis van wil nemen, dient hij de regels verwoord in artikel 9, § 2, lid 5 van de wet patiëntenrechten te volgen.

 

Patiëntendossier in samenwerkingsverband

 

Het koninklijk besluit van 16 december 1994 houdende wijziging van het koninklijk besluit van 23 oktober 1964 tot bepaling van de normen die door de ziekenhuizen en hun diensten moeten worden nageleefd, stelt dat elk ziekenhuis, voor wat de verwerking van persoonsgegevens betreft die betrekking hebben op patiënten, in het bijzonder medische gegevens, dient te beschikken over een reglement voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Het is de bedoeling om deze bepaling te gebruiken als inspiratiebron voor het beveiligen van de gegevensuitwisseling tussen gezondheidszorgbeoefenaars.

 

Elke gezondheidszorgbeoefenaar die toetreedt tot een samenwerkingsverband van gezondheidszorgbeoefenaars waarbij (bepaalde) gezondheidsgegevens van de patiënt gedeeld worden, mag deze gegevens enkel delen indien hij voor deze gegevensdeling een gelijkaardig reglement heeft onderschreven. Bovendien dient er bepaald te worden dat een zorgverlener die de gezondheidsgegevens van een patiënt raadpleegt die niet primair bij hem in behandeling is, steeds het proportionaliteits- en het finaliteitsprincipe dient te hanteren bij elke raadpleging van de gezondheidsgegevens. Dit impliceert dat hij enkel de noodzakelijke gezondheidsgegevens mag raadplegen, en dit uitsluitend in het belang zijn van de gezondheid de patiënt.

 

De regels i.v.m. het patiëntendossier in een samenwerkingsverband (groepspraktijk, ziekenhuis, …) hebben een onlosmakelijke link met het concept van “de therapeutische relatie”.

De therapeutische relatie wordt omschreven als de relatie tussen een patiënt en een individuele gezondheidszorgbeoefenaar waarbinnen diensten van gezondheidszorg worden verstrekt.

In het kader van een samenwerkingsverband tussen gezondheidszorgbeoefenaars kan de patiënt expliciet toelaten of weigeren dat een therapeutische relatie met bepaalde gezondheidszorgbeoefenaar tot stand komt. Wanneer een patiënt een therapeutische relatie met een bepaalde gezondheidszorgbeoefenaar weigert, kan deze beroepsbeoefenaar enkel toegang krijgen tot de gezondheidsgegevens van de patiënt of wanneer de patiënt de weigering intrekt, of wanneer er zich een noodtoestand voordoet en het zogenaamde “smash the window”-principe moet worden toegepast.

Wanneer een patiënt in behandeling is bij een gezondheidszorgbeoefenaar die in een samenwerkingsverband werkzaam is, impliceert dit niet dat de patiënt automatisch met alle gezondheidszorgbeoefenaars binnen samenwerking een therapeutische relatie heeft. Een therapeutische relatie met alle gezondheidsheidszorgbeoefenaars van een zorginstelling ontstaat enkel wanneer de patiënt na daarover uitdrukkelijk te zijn geïnformeerd, hiertoe expliciet zijn toestemming geeft.

 

Minimale inhoud

 

Het wordt als een noodzaak ervaren dat de minimale inhoud van het patiëntendossier in de wetgeving wordt omschreven. Als minimale inhoud wordt voorgesteld:

  • Identiteit, geslacht en geboortedatum van de patiënt
  • Reden van contact of problematiek bij aanmelding
  • Chronologisch overzicht van de uitgevoerde gezondheidszorg
  • In voorkomend geval de naam van de verwijzer
  • Onderzoeksresultaten
  • Weerslag overleggesprekken
  • Verwijzing naar externe diensten of personen
  • Van andere gezondheidszorgbeoefenaars ontvangen attesten, adviezen en verslagen
  • Afschrift van attesten en verslagen die voor de patiënt of derden zijn opgesteld

 

CONTACTEER ONS

Finance Tower

Kruidtuinlaan 50/175

B-1000 Brussel

© Kabinet Maggie De Block 2016

Laatste wijziging: 26/09/2016