Raad voor Gezondheidszorgberoepen

Gezondheidszorgberoepen in evolutie

Naar een geïntegreerde gezondheidszorg

De bestaande adviesraden zijn sterk gecompartimenteerd en bieden ook geen forum voor interdisciplinaire adviesverstrekking. Tijdens deze legislatuur worden nu al vaak adviesvragen gesteld aan meerdere raden tegelijk, zodat een gecoördineerd advies kan tot stand komen in werkgroepen samengesteld uit leden van de verschillende adviesraden en door deze raden benoemde experten.

Bij de hervorming is het de bedoeling te komen tot een geïntegreerde adviesstructuur. Er wordt tevens gewerkt aan een ‘lean’-oefening waarbij het aantal leden wordt beperkt, de inwendige reglementen op een unieke leest worden geschoeid, en de ondersteuning vanwege de administratie wordt vereenvoudigd en geoptimaliseerd. Er wordt tevens voorzien in de mogelijkheid om ad-hoc of permanente werkgroepen op te richten, op initiatief van de adviesstructuur of op vraag van de Minister.

De bestaande technische commissies voor verpleegkunde, vroedkunde en paramedische beroepen worden afgeschaft en geïntegreerd in de geglobaliseerde adviesstructuur.

 

Een centrale structuur, met name de Raad voor Gezondheidszorgberoepen, krijgt de coördinerende rol. Deze bestaat erin voor adviesverlening de meest geschikte adviesorganen aan te duiden en eventueel werkgroepen samen te stellen wanneer om advies gevraagd wordt door de Minister of wanneer de Raad van oordeel is dat een advies op eigen initiatief dient verstrekt te worden. Indien de meningen binnen de Raad verdeeld zijn, kan een meerderheids- en minderadvies verleend worden. De adviezen dienen voldoende gemotiveerd te zijn, met referenties naar bestaande evidentie en praktijk. De Raad valideert elk advies.

Er wordt niet meer voor elk(e) (groep van) gezondheidszorgberoep(en) een apart adviesorgaan voorzien.

De adviesstructuren zullen afgestemd worden met de comitologie en advies- en besluitvorming binnen de Ziekteverzekering, weliswaar met respect voor en onderscheid tussen de belangen inzake volksgezondheid. Daarom zal in de Raad voor Gezondheidszorgberoepen voorzien worden in een vertegenwoordiging van het RIZIV (met raadgevende stem), om aldus de wisselwerking in de comitologische processen te verzekeren.

 

Er wordt een link voorzien tussen de adviesstructuren inzake gezondheidszorgberoepen, en deze met betrekking tot de kwaliteit van de uitoefening van de gezondheidszorg.

Kwaliteit in de zorgpraktijk en uitoefening van gezondheidszorg zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, vandaar dat een goede afstemming en functionele integratie van de werkzaamheden moet worden voorzien.

Voor wat de samenstelling van de Raad betreft, dient de nieuwe wetgeving te voorzien in een goed evenwicht tussen vertegenwoordigers van het werkterrein (de sectoren) enerzijds en de onderwijs- en academische wereld anderzijds. Bij de ontwikkeling van adviezen waarbij de belangen van de patiënten voorop staan, is de paritaire inbreng van zowel praktische expertise, als wetenschappelijke evidentie van belang.

Bevoegdheden

De Raad voor Gezondheidszorgberoepen vindt reeds een wettelijke grondslag in het artikel 96 van de wet van 10 mei 2015. De doelstelling is het bestaande artikel aan te passen zodat een koepelstructuur voor de bestaande adviesraden ontstaat, met het oog op geïntegreerde adviesverlening over nieuwe of aan te passen beroepsvoorwaarden, en het formuleren ad hoc van richtlijnen voor goede uitoefening van het beroep. Daarnaast krijgt de Raad eveneens een bevoegdheid om audits te verrichten van stagediensten en stagemeesters van voorzieningen waar professionele stage na de basisopleiding kan gevolgd worden. Dit is nu reeds het geval bij artsen.

De bevoegdheden van de Raad voor Gezondheidszorgberoepen hebben verder betrekking op:

  • adviesverlening m.b.t. interdisciplinaire benadering van gezondheidszorg: dit omvat een globale kijk op de organisatie van de gezondheidszorg, waarbij er beroepsgroep overschrijdend wordt nagedacht en geadviseerd;
  • afstemming van de competentieprofielen: De competentieprofielen van de verschillende gezondheidszorgberoepen zullen overlappen in een geïntegreerd zorgmodel. Het is de taak van de raad deze overlappende competentieprofielen op elkaar af te stemmen;
  • definitie van verschillende concepten en algemene vragen m.b.t. elk gezondheidszorgberoep: ten einde harmonisatie en coherentie na te streven, zal het uitwerken van definities van concepten op het niveau van de de Raad voor Gezondheidszorgberoepen gebeuren;
  • opportuniteitstoets bij creatie nieuwe beroepen/titels;
  • de directe toegang: De Raad heeft een adviesbevoegdheidd om aan te duiden voor welke handelingen omwille van hun hoge complexiteit of hoog risicogehalte er geen directe toegang kan zijn. Dit gebeurt op aangeven van de (ad hoc) kamer van het desbetreffende gezondheidsberoep. De taak van de overkoepelend structuur zal hierin wederom zijn een opportuniteitstoets te doen en tevens een grensoverschrijdende evaluatie te doen van de handelingen.

De overkoepelende kamer van de Raad voor Gezondheidszorgberoepen stelt op jaarlijkse basis het werkplan vast voor de Raad in het algemeen en desgevallend de verschillende kamers. Dit onverminderd de werkzaamheden van de Planningscommissie en onverminderd de vragen van de Minister bevoegd voor Volksgezondheid.

 

Verticale kamers

Er wordt een vaste verticale kamer voorzien voor:

  • Geneeskunde
  • Werkgroep huisartsen
  • Werkgroep specialisten
  • Werkgroep stagemeesters en stagediensten
  • Farmaceutische zorg
  • Verpleegzorg
  • Verloskunde
  • Tandheelkunde
  • Revalidatieberoepen
  • Geestelijke gezondheidszorgberoepen

Bij wet wordt de samenstelling van elke kamer geregeld. Hetzelfde geldt voor haar adviesbevoegdheden en opdrachten.

Naast de vaste verticale kamers wordt een brede "poel" van experten benoemd waarop ad hoc beroep kan worden gedaan om deel uit te maken van een werkgroep binnen de Raad voor Gezondheidszorgberoepen. De experten worden voorgedragen door opleidingsinstituten en beroeps- en wetenschappelijke organisaties.

Transversale kamers

 

Binnen de Raad van Gezondheidszorgberoepen worden tevens volgende transversale kamers opgericht.

1. Planningscommissie

De Planningscommissie krijgt binnen de Raad voor Gezondheidszorgberoepen een transversaal karakter. Het wordt een kamer die beroepsgroepoverschrijdend de noden aan gezondheidszorgbeoefenaars aanduidt. Ze geeft een richtinggevend advies aan de overkoepelende kamer.

 

De voorzitter van de Planningscommissie wordt nauw betrokken bij de werking van de Raad.

Planning kan pas relevant tot stand komen door interactie met de kamers van de Raad, gezien de verwachte dynamiek binnen de uitoefening van de gezondheidszorg, waarbij subsidiariteit of taakverdeling tussen beroepen een belangrijk thema is en zal blijven.

De bevoegdheden van de Planningscommissie zoals thans bepaald in de artikelen 91 en 92 van de wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen inzake bepaling van het medisch aanbod blijven behouden voor wat betreft de nieuwe transversale kamer.

Deze commissie waakt in het bijzonder over het inschatten van bestaande en toekomstige noden inzake gezondheidszorg en de corresponderende kwantitatieve planning van zorgverstrekkers.

Ze dient zich bijgevolg niet te beperken tot artsen, tandartsen, vroedvrouwen en kinesitherapeuten.

2. Deontologische kamer

Er wordt een transversale deontologische kamer opgericht voor alle gezondheidszorgberoepen.

Deze deontologische kamer heeft als doelstelling een generieke deontologische code op te stellen die minimale vereisten voor alle beroepen bevat. Het betreft een loutere adviesstructuur die zich buigt over beroepsgrensoverschrijdende deontologische topics.

De bestaande ordinale instanties (Orde der Artsen, Orde der Apothekers, Psychologencommissie) blijven bestaan gezien ze instaan voor beroepsspecifieke deontologie en tevens tuchtrecht. De bestaande ordinale instanties zullen vertegenwoordigers kunnen aanduiden die voor het respectievelijke beroep in de deontologische kamer zullen zetelen.

Op deze wijze wordt tegemoet gekomen aan de politieke vraag om een uniek kader voor deontologie te verankeren, en dit onverminderd bestaande deontologische codes die tot stand komen binnen de bevoegdheden Volksgezondheid of andere bescherming van titels.

Werking

Het algemeen principe dient gehanteerd dat kamers en werkgroepen niet noodzakelijk volgens een bepaalde periodiciteit samenkomen, maar volgens de agenda en de adviezen die gevraagd worden of op eigen initiatief ontwikkeld worden.

 

De samenstelling en de bevoegdhedenvan de Raad worden in de wet vastgesteld. De coördinerende rol van de Raad ten opzichte van de verticale en horizontale kamers zal daarbij de nodige aandacht krijgen.

Per kamer wordt er een vast bureau opgericht dat een sturende opdracht heeft en tevens vanuit de Raad gedelegeerde bevoegdheden kan opnemen.

De werking dient op administratief vlak zo eenvoudig mogelijk te zijn. Met het oog daarop zal gebruik gemaakt worden van nieuwe technologieën (Sharepoint, elektronische ondertekening, elektronische goedkeuring van verslagen, …) .

 

Lees meer

 

CONTACTEER ONS

Finance Tower

Kruidtuinlaan 50/175

B-1000 Brussel

© Kabinet Maggie De Block 2016

Laatste wijziging: 26/09/2016